Berendrechtonline_________________________________________________________________________________
De benaming van het dorp
|
( Uit het boek: beschryving van het dorp Berendrecht, door wylen den zeer eerw. heer F.G.C DE MEYER , 1855 ) Berendrecht, dit is de benaming van
het dorp, welk wy beschryven. (1) (I)
Zie hiervoren bl. 14. Men schryft ook Beerendrecht, en Beirendrecht
maer best Berendrecht, gelyk men het in alle oude stukken vindt. (2)
Dat is de beek, komende van den oosten, en loopende door het dorp,
noordwaerts de kerk, tusschen eenige huyzen en van daer naer den westen,
alwaer zv zich aen de sluvs ontlast. |
|
( Uit het boek: Geschiedenis en merkwaardigheden van Berendrecht, door C. ADRIAENSSENS 1939 ) Wat
de benaming "Berendrecht" en haar beteekenis eraan gehecht
betreffen daarover zijn het de geschiedkundigen eertijds niet altijd eens
geweest en zijn het misschien de huidige geschiedschrijvers evenmin. Het
valt buiten mijn bestek hier de voorkeur te willen geven aan een of ander
geschiedkundige maar ik wil u hier enkele uitleggingen
en meeningen doen kennen: Het
dorp Berendrecht, waarvan ik u een beknopte beschrijving wil geven, heeft
in zijn benaming een algemeene uitdrukking: "Drecht". 1.
Halma (Tooneel der Vereenigde Nederlanden) zegt: "De uitdrukkingen
Tricht, Trecht, Drecht, zijn altijd gegeven geweest aan een stad, dorp of
plaats, waar de overvaart eener rivier was". 2.
Verder zegt Halma nog: "Men weet dat de oude Nederlanders vele
woorden hebben ontleend aan de hier eertijds heerschenden Romeinen, en er
is niemand die het in twijfel trekt, dat het woord Tricht, Trecht, of de
daarvan komende uitdrukking "Orecht", afkomstig is van het
Latijnsche "Trajectus", hetgeen zooveel als overvaart of veer
beteekent. 3.
Steden of dorpen, die de uitdrukking Trecht, Tricht of Orecht in hun
benaming hebben, vindt men steeds aan de oevers van rivieren waar een
overvaart is of eertijds was, als Utrecht en Barendrecht aan den Rijn;
Maastricht, Papendrecht en Slijdrecht aan den oever van de Maas. 4.
De plaatsen waar Utrecht en Maastricht gebouwd zijn, waren ten tijde der
Romeinen bekend: de eerste onder den naam van "Trajectus ad Rhenum of
Trajectus inferior", de laatste onder de naam van "Trajectus ad
Mosam of Trajectus superior", als zijnde overzetten, alwaar men den
Rijn of Maas overvaart. 5.
In de oude taal welke door onze voorvaderen gesproken werd, beteekent
Orecht, Trecht, of Tricht een veer of overvaartplaats. (Mertens
en Torfs. Geschiedenis van Antwerpen) . Uit
dit alles volgt dat Berendrecht ook de uitdrukking Orecht in zijn naam
heeft, omdat het dorp zijn aanvang heeft genomen bij of omtrent een
overvaartplaats. De
geschiedschrijver Grammaye ( Antiq. Bred. cap. 2) bevestigt dat er te
Berendrecht, Ossendrecht en Woensdrecht eertijds een overvaartplaats of
veer is geweest. Immers
deze dorpen paalden vroeger eeuwen aan den oever van de Schelde. Ziehier
ook eenige gissingen en meeningen van geschiedschrijvers: I.
-Omdat zeker geschiedschrijver (Schouwburg der Nederlanden 2. Deel, Fol.
68) beweert, dat de Wester - Schelde, den Hond genoemd wordt ter oorzake
van het gedruisch dat de Schelde aldaar maakt, gelijkende op het geblaf
van een hond (De Westerschelde wordt niet den Hond genoemd, doch wel
" de Hont" : dus is die zekere geschiedschrijver mis in zijn
bewering) , zoo zou men kunnen denken dat Berendrecht zijn benaming
gekregen heeft van het gegrol van een Beer, nagebootst door het rollen der
baren, gelijk te Ossendrecht het gebrul van een os doch dit is te naïef
en onmogelijk. 2.
-Verder zou men kunnen denken omdat Berendrecht nog twee beren afgebeeld
heeft in zijn wapen, dat alzoo de uitdrukking "beren" in zijn
benaming zou gekomen zijn. Doch
Halma {Tooneel der Vereenigde Nederlanden, Art. Vlissingen) zegt: "de
wapenschilden der plaatsen zijn later bedacht, uitgevonden en eenigzins
aangepast aan de benamingen die al lang te voren in gebruik waren. 3.
-De geschiedenis van Antwerpen { Mertens en Torfs ) zegt dat Ossendrecht
zijn benaming zou ontleend hebben aan het menigvuldige rundvee dat
daarheen zou gestuwd geweest zijn. Daaruit
zou men dan ook kunnen denken dat Berendrecht zijn benaming zou te danken
hebben aan de veelvuldige beeren (
mannelijke varkens ) die daar eertijds zouden heengestuwd geweest zijn. 4.
-De geschiedschrijver Grammaye {Ant. Bred.) beweert en met meer gegronde
en aannemelijke redenen, dat Berendrecht zijn naam zou ontleend hebben aan
een plaats of erve " den Beer" of de " de Beren"
geheeten, en gelegen bij een overvaartplaats of Drecht. Deze
geschiedschrijver noemt Berendrecht "Ursi praediurn", dit is:
grond, land of erve, hoeve van den Beer. 5.
-De Meyer ( Geschiedenis van Berendrecht blz. 1 6-1 7) zegt : de best
gegronde gissing die men daarover vormen kan is, dat de bizondere
uitdrukking {beren) in de benaming Berendrecht zou ontleend zijn aan de
eerste huizing of hoeve met herberg of tolhuis, staande bij de
overvaartplaats, en den Beer of de Beren geheeten, en hebbende de
afbeelding van deze dieren op de deur of op een uithangbord. Deze
gissing, zegt De Meyer, steunt op drie redenen: a)
Het algemeen gezegde der inwoners van Berendrecht, welke aan deze
voorwerpen de benaming van het dorp toeschrijven, als een waarheid, die
hun van ouders tot ouders is overgeleverd, met dit verschil nochtans dat
zij van een tolhuis in plaats van een herberg spreken. b)
De tweede reden is, dat een herberg zoowel als een tolhuis, gewoonlijk bij
een veer of overvaart staan. c)
De derde reden is dat de geschiedschrijver Grammaye Berendrecht noemt
"Ursi - praedium", welk zooveel beteekent als grond, land of
erve van den Beer, dit is: hoeve of pachthof, welke met aanhoorig land in
het latijn "praedium" wordt genoemd; zoodat het misschien deze
hoeve is geweest, die ook een herberg had en terzelvertijd een tolhuis kan
geweest zijn. 6.
Huidige plaatselijke zoekers zijn de meening toegedaan dat de bizondere
uitdrukking "Beren" noch de beteekenis heeft van wilde dieren,
noch van mannelijke verkens. Deze
dam, volgens men nog kan zien, werd gelegd over de minst diepe plaatsen
van het vroeger door de Schelde overstroomde moeras. en andere, het is
duidelijk dat de bewoners der zandheuvels en omstreken verplicht waren
dezen dam aan te leggen, vermits zij bij lage tij niet door het moeras
konden gaan en bij hooge tij het water niet hoog genoeg stond om met een
of ander vaartuig door het planten begroeid moeras te trekken. 2.
-"Ber", "Bere", "Bern", "Berm"
beteekent in de lndo-Germaansche talen een dam, wering of schutting tegen
het water e.a. Van daar komt ook de beteekenis van Berlijn, Berlaer,
Berdorf, Berenike. enz. |
|
( Uit het boek: Antwerpen tussen polder en haven, door LUTGART BREDAEL ) De naam Berendrecht wordt een eerste maal vermeld rond 1124 Drecht «raiectum», betekent overtocht. Het duidt op de ligging van het dorp aan de stroom en oversteken moet mogelijk zijn geweest (Beren), het eerste lid van de samenstelling, zou te maken hebben met de benaming van een landgoed dat bij het veer lag.
|