| (Uitgave:
Polderheem 1982)
Sedert het begin van
deze eeuw ziet men de reigers ieder jaar, vanaf midden februari,
terugkeren naar hun vertrouwde verblijfplaats, het Reigersbos. Zij nestelen in de
kruinen van de eeuwenoude eiken van het domein. Het kasteel en het
bos, gekend als “ De Ster ", kregen door de aanwezigheid der
reigers stilaan een andere naam, nl. respectievelijk “ Reigershof "
en " Reigersbos ". Ook de Olmendreef die
door het domein loopt, kreeg als officiële benaming "
Reigersbosdreef ". Van de vijf
reigerskolonies die ons land telt, is deze van Berendrecht de grootste. Het blijft
echter te betwijfelen of ze de grootste zal blijven. Nochtans,
niettegenstaande er in hun onmiddellijke omgeving minder voedsel te vinden
is, als gevolg van de metamorphose die zich in het landschap heeft
voorgedaan ingevolge de aanleg van kanalen en wegen, hebben ze zich
blijkbaar aan de nieuwe toestand aangepast. De vrees
bestaat echter, dat bij verdere ingreep in het landschap en uitbreiding
van de industrialisatie, en verstoring van hun onmiddellijke omgeving, de
reigers wel eens hun kolonie elders zouden gaan vestigen. Zijn de reigers de
eersten om in het voorjaar naar onze streken te komen, dan zijn zij ook
bij de eersten om ons weer te verlaten. Reeds einde juli,
begin augustus trekken de eerste reeds weg. Maar elk jaar
ontmoeten wij nog reigers in het najaar en zelfs in de winter. Het betreft dan
meestal vogels die ofwel ziek zijn ofwel gekwetst, zodat zij niet tijdig
mee op terugtocht konden.
|