|
MIJN POLDER WEENT
Mijn polder,wat hebben ze gedaan ?
Zomaar onder ‘t zand gespoten,
van je waardigheid ontdaan
en geofferd aan de gelddespoten.
Ik heb je nog geroken
ik heb je nog gevoeld,
je ligt daar nu gebroken
je aarde zwaar omwoeld.
Jij leerde mij jou te respecteren
je zuinig te bewaren,
maar wat kon ’t ze deren ?
Eén pennentrek,gedaan en niks te
maren.
Nooit meer vissen in de
boerenbeek,
niet meer door jouw landschap
dwalen,
nooit meer zwemmen in de Snelle
Kreek,
niet meer met jouw schoonheid
pralen.
Een winteravond vol met rommelpot,
wie kent nog hanskeknap,begankenis,de
Drie Blokken,
wie heeft nog iets met God ?
Gedaan,voorgoed vertrokken.
Mijn polder weent,voelt zich
bekocht
hij ligt nu metersdiep begraven,
één stinkend industrieel gedrocht
waar onze mooie dorpen
lagen.
Jos Hendriks
|