|
Terug naar Frederik-Hendrik
Ik haal ’t nog wel eens voor de geest
hoe mooi jij bent geweest,
mijn Frederik met kil en spui
met vissers en met boerenlui.
In gedachten dwaal ‘k weer langs jouw dijken
en kan zomaar weer tot Lillo kijken,
dan hoor ik weer het roffelen van die houten brug
en voel de herfstwind in mijn rug.
Ik zie paarden groot als olifanten
trekkend sleurend ’t allen kante,
vloekende boeren zwart als pek
de rode bolletjesdoek om de nek.
Ik loop weer binnen bij Jeanne Kwick
en zie weer die nerveuze tic,
de tapkraan en de kwakkelstoelen
de blokken ijs om ’t bier te koelen.
Frederik jij was voor mij als een juweel
een kunstwerk bijna irreëel,
verloren in een uithoek aan een dijk
’t doet pijn als ik naar die gele postkaart kijk.
We hebben nu Sevezo buren
en mogen af en toe daar binnen gluren,
een tweede Tsjernobyl ?
Leg toch maar klaar die jodiumpil !
Jos Hendriks
|